Provincie Drenthe

Inhoud

Drenthe (Nedersaksisch: Drenthe, Drentie) is een provincie in Nederland, gelegen in het noordoosten van het land. Grofweg gezien grenst ze in het noorden aan de provincie Groningen, in het oosten aan de Duitse deelstaat Nedersaksen, in het zuiden aan de provincie Overijssel en in het westen aan de provincie Friesland. De hoofdstad is Assen; de gemeente met de meeste inwoners is Emmen.

Geschiedenis

Dat Drenthe al tijdens het Neolithicum werd bewoond, blijkt uit de aanwezigheid van 51 hunebedden. Dit zijn megalithische grafmonumenten, bestaande uit zwerfstenen die aangevoerd zijn in de voorlaatste ijstijd. Van de 53 die in Nederland voorkomen staan er 51 in Drenthe, de overige twee in de provincie Groningen. Dergelijke hunebedden zijn trouwens ook in het noorden van Duitsland te vinden. Ook uit latere perioden zijn in de provincie veel tastbare overblijfselen bewaard gebleven, zoals grafheuvels.

De eerste vermelding van Drenthe is gevonden in een document uit het jaar 820 waarin wordt gesproken van de pago Treanth, de gouw Drenthe. Uit archiefstukken in het Utrechts Archief blijkt dat in 1024 en 1025 over Drenthe als graafschap wordt gesproken. De naam Drenthe is waarschijnlijk een verwijzing naar het getal drie, er zouden oorspronkelijk drie dingspelen in Drenthe geweest zijn, hoewel er uit latere tijd zes bekend zijn.

Oorspronkelijk behoorde de stad Groningen en het omringende Gorecht tot het graafschap Drenthe, terwijl Coevorden er niet toe behoorde. De Stellingwerven, die tegenwoordig in Friesland liggen, hoorden oorspronkelijk ook bij Drenthe. Over de grenzen in de veenstreken is tussen Drenthe en de aanliggende landen herhaaldelijk geschil geweest, wellicht doordat in de veengrond de opgerichte grensstenen of -palen wegzakten en zo de toestand dubieus werd.

In 1046 schonk keizer Hendrik III het graafschap aan bisschop Bernold van Utrecht. In 1227 versloeg een legertje van Drentse boeren onder leiding van Rudolf II van Coevorden het ruiterleger van de bisschop in de Slag bij Ane, door de paarden een moeras in te lokken. Het volgend jaar herstelde de nieuwe bisschop zijn gezag over de Drenten.

Hoewel Drenthe eigen staten had (Ridderschap en Eigenerfden) erkende de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden Drenthe niet als volwaardig gewest en beschouwden het als een achtergebleven gebied dat geen vertegenwoordiging in de Staten-Generaal verdiende. Bestuurlijk bleef Drenthe wel een zelfstandig gewest, anders dan de generaliteitslanden. Bij de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1815 werd het wel een volwaardige provincie.

In het begin van de negentiende eeuw was Drenthe nog grotendeels een geïsoleerde landstreek. De woeste grond die een groot deel van de provincie nog bedekte werd echter langzaam maar zeker ontgonnen. In het zuidwesten van de provincie gebeurde dat door de Maatschappij van Weldadigheid die een kolonisatieproject begon rond Frederiksoord. De Smildervenen werden steeds verder afgegraven, in het zuidoosten werden nieuwe kolonies gesticht langs de verlengde Hoogeveense Vaart en het Oranjekanaal. Het convenant van Bareveld gaf een grote impuls aan de vervening in het Oostermoergebied.

Het isolement van Drenthe werd in de twintigste eeuw definitief doorbroken. Na de venen werden nu ook de uitgebreide heidecomplexen ontgonnen. Naast de traditionele kleinschalige landbouw op de zandgronden ontstonden grotere bedrijven in de nieuwe ontginningsgebieden. Dorpen als Hoogeveen en vooral Emmen ontwikkelden zich tot industriekernen. Assen, oorspronkelijk slechts een kern bij het klooster Mariënkamp, groeide uit tot een echte provinciehoofdstad, de komst van de TT zette de plaats ook internationaal op de kaart.

Bestuurlijke indeling

Vanaf de Middeleeuwen bestond Drenthe uit zes dingspelen, met daaronder kerspelen, die tegelijk de kerkelijke en bestuurlijke gemeenten vormden. De kerspelen bestonden weer uit buurschappen, de dorpsgemeenschappen. In de Franse tijd werden de dingspelen afgeschaft en de kerspelen omgevormd tot uiteindelijk 35 burgerlijke gemeenten. Behalve de splitsing van de gemeente Dalen in Dalen en Schoonebeek in 1884 bleef deze gemeentelijke indeling ongewijzigd tot de grootschalige herindeling van 1998. Sinds 1 januari van dat jaar zijn er nog twaalf gemeenten over. De Landschap Drenthe werd in 1815 een volwaardige provincie. De Provinciale Staten bestaan uit 41 leden, het college van Gedeputeerde Staten bestaat uit zes leden.

Geografie

Het grootste deel van de provincie bevindt zich op het Drents Plateau. Dit gebied, dat grotendeels boven NAP ligt, is voornamelijk opgebouwd uit keileem, afgezet in de voorlaatste ijstijd. Hierboven ligt vaak een laag dekzand uit de laatste ijstijd en lokaal veen. Er zijn weinig grote hoogteverschillen, het gehele plateau ligt voornamelijk tussen de 10 en 20 meter boven NAP. Het reliëf is vooral gevormd door het landijs in de voorlaatste ijstijd. Op veel plekken liet het ijs langwerpige rechte ruggen in het landschap achter; het mooiste voorbeeld hiervan is de Hondsrug in het noordoosten van Drenthe. De Hondsrug strekt zich uit van voorbij Emmen in het zuidoosten tot in de stad Groningen in het noorden. Op sommige plekken stuwde het ijs de ondergrond zelfs op tot kleine stuwwallen, een voorbeeld hiervan is de Havelterberg. Na de voorlaatste ijstijd werd dit landschap aangetast door beekjes en riviertjes, die grotendeels het patroon van de door het ijs gevormde ruggen volgden. Toen ook de mens zijn intrede in het landschap deed werd het reliëf beïnvloed door opgehoogde bouwlanden en oude stuifduinen.

Het hoogste natuurlijke punt van de provincie ligt 32 meter boven NAP ten noordwesten van Emmen. Het absoluut hoogste punt van de provincie (56 meter) is de VAM-berg bij Wijster, bestaande uit vuilnis. Boven op de heuvel ligt het bezoekerscentrum de Blinkerd. Bij deze heuvel ligt het natuurontwikkelingsgebied de Zuidmaten.

De randen van de provincie liggen een stuk lager, delen in het noordwesten en zuidwesten liggen zelfs onder NAP.

Bij Schoonebeek in de gemeente Emmen wordt vanaf 1947 tot heden, met een onderbreking tussen 1996 en 2011, aardolie gewonnen. Daarnaast wordt er verspreid over de provincie aardgas gewonnen. Het hoofdkantoor van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), verantwoordelijk voor aardolie- en aardgaswinning, bevindt zich in Assen.

Landschap
Ruwweg ziet de provincie Drenthe er uit als een omgekeerd bord; het midden is relatief hoog en de randen liggen lager. Met uitzondering van de Hondsrug gaat het om een hoogteverschil van slechts enkele meters. Toch is er een duidelijk verschil in landschap, geschiedenis en bevolking tussen de twee delen.

Zandgebieden

Het centrale, iets hoger gelegen deel van de provincie wordt gevormd door zandgronden, ook wel het 'oude Drenthe' genoemd. Hier vindt men van oudsher het esdorpenlandschap, dat gekarakteriseerd werd door brinkdorpen, essen, heidevelden en groenlanden in de beekdalen.

Veeteelt, vooral schapenteelt, stond in dienst van de landbouw. De mest van de schapen, die 's zomers weidden op de heide en 's winters gevoed werden met het hooi uit de beekdalen, werd vermengd met heideplaggen en gebruikt om de essen vruchtbaar te maken. Door deze vorm van bemesting kregen de essen hun karakteristieke bolle vorm. Door de uitvinding van de kunstmest, eind 19e eeuw, werd de schapenteelt minder belangrijk en konden grote delen van de 'overbodig' geworden heidevelden worden ontgonnen als landbouwgebied.

Een ander deel van de heide werd bebost door het destijds opgerichte Staatsbosbeheer om in de toenemende houtbehoefte te voorzien. De groenlanden langs de beken worden tegenwoordig vooral als weideland gebruikt. De beken zijn bovendien op veel plaatsen rechtgetrokken. De essen zijn door ruilverkavelingen ook ingrijpend in aanzien veranderd.

Van de eens zo uitgestrekte heidevelden zijn nog maar enkele grote en een redelijk aantal kleine velden over. Anders dan honderd jaar geleden beschikt Drenthe nu wel over uitgestrekte bosgebieden, die overigens voor het ontstaan (door begrazing) van de heidevelden en (door kap) van de essen ook veelvuldig aanwezig waren.

Een van de weinige gave voorbeelden van een esdorpenlandschap is te vinden in het stroomgebied van de Drentsche Aa, ten noordoosten van Assen. Dit vrij unieke gebied is daarom (als enige cultuurlandschap) aangewezen als nationaal park: het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa.

Veengebieden

De lager gelegen delen langs de grenzen van de provincie vormen de veengronden, die vanaf de Middeleeuwen tot halverwege de 20e eeuw geleidelijk aan zijn ontgonnen voor de turfwinning. De grote veenmoerassen werden door kanalen en wijken ontwaterd, het veen werd afgegraven door de turf weg te steken. Het werd na droging naar elders vervoerd om als brandstof te dienen. Op de dalgronden die hierdoor ontstonden vestigden zich vervolgens boeren, die vaak van buiten de provincie kwamen.

Het landschap in de veengebieden wordt gekenmerkt door rechte lijnen met veel sloten, wijken en kanalen. Er is veel lintbebouwing te vinden. Plaatsnamen bevatten vaak woorden die verwijzen naar het (vroegere) landschap of de ligging, zoals veen, peel, moer, veld, wold, beek, kanaal, wijk, sloot en mond, of met nieuw naar de kolonisatie. De oudste veendorpen zijn Ruinerwold en Schoonebeek, die dateren uit de Middeleeuwen. Het jongste dorp van Drenthe is Witteveen, dat werd gesticht in 1926.

Er zijn ook twee gebieden over die niet (volledig) ontgonnen zijn en waar het oorspronkelijke hoogveen nog aanwezig is: het Bargerveen in het uiterste zuidoosten van Drenthe en het Fochteloërveen in het noordwesten op de grens met Friesland.

Kanalen

Omdat de riviertjes en beekjes doorgaans te smal waren om te bevaren, zijn ter verbetering van de bereikbaarheid en voor de afvoer van turf in de 19e eeuw veel kanalen aangelegd.

De belangrijkste zijn:

  • Drentsche Hoofdvaart (Meppel-Smilde-Assen)
  • Noord-Willemskanaal (Assen-Groningen)
  • Hoogeveense Vaart (Meppel-Hoogeveen)
  • Verlengde Hoogeveensche Vaart (Hoogeveen-Emmen)
  • Oranjekanaal (Smilde-Emmen)

Door de ontwikkeling van de autowegen is verkeer en vervoer over het water steeds minder belangrijk geworden. Tegenwoordig worden de kanalen vooral gebruikt voor de pleziervaart en als viswater.

Taal

In de loop van tijd is de bevolking van Drenthe minder Drents gaan praten. Toch spreekt nog een deel van de inwoners in de dagelijkse omgang Drents, dat als dialect van het Nedersaksisch officieel erkend is als regionale taal.

Ieder dorp heeft een eigen variatie dat in meer of mindere vorm afwijkt van de buurdorpen. Grofweg loopt er een scheidslijn tussen het noorden en het zuiden van de provincie. De noordelijke dialecten zijn verwant aan het Gronings, de zuidelijke dialecten vertonen een grote mate van overeenkomst met die van Salland. Ook is er een verschil tussen de dialecten van het 'zand' en het 'veen'.

Religie

Anno 2005 is ongeveer een op de drie Drenten aangesloten bij een kerk. Net zoals in de andere noordelijke provincies zoals Groningen, Friesland en Flevoland is de meerderheid niet kerkelijk. Per eind 2005 was ongeveer 25 procent van de Drentse bevolking protestant en iets minder dan 8 procent van de bevolking was katholiek. In religieus opzicht was de provincie lange tijd erg homogeen. Bij de Reformatie ging eind 16e eeuw de hele provincie over op het Calvinisme, zij het dat die overgang van bovenaf opgelegd werd en niet overal even soepel verliep. Pas vanaf begin negentiende eeuw komen er, van buitenaf, weer katholieken in Drenthe: in de veenkoloniën in het zuidoosten (vanuit Duitsland en Twente) en in de kolonies van de Maatschappij van Weldadigheid in het zuidwesten en noordwesten. Kleinere dorpen als Barger-Compascuum, Nieuw-Schoonebeek, Weiteveen, en Zwartemeer en het voormalige Barger-Oosterveld (tegenwoordig een wijk in Emmen) in het uiterste zuidoosten zijn daardoor overwegend katholiek, net als het Drents-Groningse dorp Zandberg en de voormalige MvW-kolonie Zorgvlied.

In de loop van de 19e eeuw scheidden zich groepen gereformeerden af van de Nederlandse Hervormde Kerk. In de zandgebieden kregen zij relatief weinig aanhang, maar in de veengebieden vestigden zich veel gereformeerden uit Groningen en Friesland, waardoor daar een grotere verscheidenheid aan kerkgenootschappen bestond.

Over het algemeen zijn er in Drenthe weinig orthodoxe protestanten te vinden en juist relatief veel vrijzinnigen, vooral in de zandgebieden. Veel van hen zijn inmiddels ontkerkelijkt.

CommissarisDhr. J. Tichelaar
AdresWesterbrink 1, 9405BJ ASSEN
Postbus122, 9400AC ASSEN
Telefoon0592-365555
E-mailpost@drenthe.nl
Websitewww.provincie.drenthe.nl
Inwoners489912
Oppervlakte2680.37 km2