Gemeente Bergen op Zoom

In de Romeinse tijd bevond zich ter hoogte van de huidige Sint-Gertrudiskerk een offerplaats waarvan een groot aantal mini-amforen is teruggevonden. Ook zijn er Romeinse munten, een Keltische zegelring en een beeld teruggevonden van de Keltische god Sucellus. Mogelijk heeft daarbij op de plaats van deze kerk een tempel gestaan.

De stad is ontstaan op een zandrug in een veengebied dat naar het westen overging in de Scheldedelta. Het veengebied ten oosten van de zandrug werd in het begin van de 13e eeuw ontgonnen. Ter ontwatering doorgroef men de zandrug met een kanaaltje, de Grebbe genaamd, dat door het stadsgebied ter hoogte van de huidige Korenmarkt liep tot aan de Haven. Ter plaatse van de huidige Markt kwam een aantal landwegen samen: de huidige Steenbergsestraat/Fortuinstraat, de Wouwsestraat/Zuivelstraat en de Korte Bosstraat/Hoogstraat. Aldus ontwikkelde zich de stad, die voor de Hertog van Brabant van belang was als vooruitgeschoven bastion tegen de expansie van het Graafschap Zeeland en het Graafschap Holland.

De stad Bergen op Zoom maakte aanvankelijk deel uit van het Land van Breda en werd dus tot die tijd bestuurd door de Heer van Breda. Toen heer Arnoud van Leuven in 1287 overleed werd het Land van Breda gesplitst in twee afzonderlijke heerlijkheden. Deze splitsing kwam voort uit het erfrecht en de verdeling tussen de nakomelingen van twee dochters van Godfried III van Schoten, zie bij de Baronie van Breda. Aldus ontstond het Land van Bergen op Zoom, met de stad Bergen op Zoom als kern. In 1533 werd deze heerlijkheid verheven tot een markgraafschap (markiezaat), waarmee deze formeel een hogere rang verwierf dan de Baronie van Breda. Haar feitelijk belang werd daarmee echter niet groter. Kerkrechtelijk behoorde Bergen tot het prinsbisdom Luik; twee telgen van het geslacht Van Bergen brachten het tot prins-bisschop van Luik: Cornelis van Bergen en Robert II van Bergen. De leden van het geslacht Van Glymes vervulden diplomatieke functies, en fungeerden tevens als Heren en Markiezen van Bergen op Zoom.

Karel Philip Theodoor van Palts-Sulzbach, de laatste markies van Bergen op Zoom (1728-1799)
In 1801 werd het Markiezaat van Bergen op Zoom aangekocht door de Bataafse Republiek en verloor het al zijn rechten.

Handelsstad[bewerken]
Tussen 1198 en 1212 kreeg Bergen op Zoom stadsrechten. Wanneer de stad deze precies heeft verworven, is onduidelijk omdat de stadsarchieven bij een grote stadsbrand in 1397 verloren zijn gegaan. Omdat de oudste (indirecte) verwijzing naar Bergen op Zoom als stad uit 1213 stamt, bestaat het vermoeden dat stadsrechten al aan het begin van de 13e eeuw verkregen zijn. De stadsbrand van 1397 verwoestte bijna de hele stad.

In het soetste van de meye
Was tot Bergen groot geschreye,
't verbrande alle stocken, staecken
behalve Olifant en Draecke.
Het betrof twee huizen, De Olifant en De Draeck, aan de Grote Markt. Het huidige Hotel de Draak, aan de Grote Markt 38, is gevestigd in een pand uit 1500 dat het resultaat is van een ingrijpende verbouwing. De met tongewelven overdekte kelders stammen nog uit het 14e-eeuwse pand. De Olifant, ter rechterzijde grenzend aan De Draak, was een poortgebouw over de Sint-Annastraat en werd in 1544 aangekocht en bij het Stadhuis van Bergen op Zoom gevoegd.

De eerst bekende ommuring van de stad werd van 1330-1335 gebouwd. De ommuring had een ronde vorm die nog terug te vinden is in de loop van de huidige Westersingel, Noordsingel, Van de Rijstraat, St.-Josephstraat, Kloosterstraat, en Koepelstraat. Er waren vier stadspoorten, waarvan uiteindelijk slechts de Lievevrouwepoort werd bewaard, daar deze als gevangenpoort dienst deed. Op 7 mei 1397 brandde de stad bijna geheel af. De eind 14e eeuw ten noorden van de Grebbe aangelegde Nieuwe Markt (het huidige Sint-Catharinaplein) kreeg omstreeks 1400 de functie van vismarkt. De Grebbe raakte geleidelijk aan steeds meer overkluisd.

In 1444 legde een brand opnieuw een groot deel van Bergen op Zoom in de as. In 1482 kwam de Korenmarkt tot stand, gevolgd door straten als Roskamstraat en Lindebaan.

Buiten de muren, ten westen van de binnenstad, ontstond het Havenkwartier. Van 1484-1491 werd het havenkwartier omwald. Van 1505-1508 werd een muur aan de westzijde gebouwd, voorzien van twee stadspoorten en een waterpoort, waarop de Lievevrouwepoort als gevangenis in gebruik bleef.

De stad op de grens van het Graafschap Zeeland, het Graafschap Vlaanderen en het Hertogdom Brabant ontwikkelde zich tot een belangrijke handelsstad en kende laken- en aardewerknijverheid. De huidige Oosterschelde was toen de Scheldemond en daarmee de toegang tot Antwerpen. De toegang tot de stad was echter niet eenvoudig: eerst moest men door een bochtige kreek varen, om uiteindelijk bij de gegraven Oude Haven uit te komen. Via de Lievevrouwenstraat kon van daaruit de Markt worden bereikt. Vanaf midden 14e eeuw werden er jaarlijks twee jaarmarkten gehouden, waarop Engels laken, wol, en meekrap werden verhandeld.

Garnizoensstad[bewerken]
Vanaf 1530 verminderde het belang van Bergen op Zoom als handelsstad. In dat jaar vond de Sint-Felixvloed plaats en hierna begon de Oosterschelde te verzanden en werd de Westerschelde geleidelijk de belangrijkste toegangsweg naar Antwerpen. Hierbij kwamen de troebelen van de Tachtigjarige Oorlog. In 1580 vond de zogenaamde Soldatenfurie plaats, waarbij veel kerkelijk bezit werd vernield door de Staatsgezinden. Bergen op Zoom nam een strategische positie in op de grens van noord en zuid, en toen Parma in 1588 vanuit het zuiden oprukte, trachtte hij de stad in te nemen door middel van het Beleg van Bergen op Zoom. Dit beleg werd uiteindelijk afgeslagen. Om bij herhaling van een beleg goed voorbereid te zijn, werden versterkingen aangelegd door Adriaen Anthonisz en David van Orliëns. Inderdaad belegerden de Spanjaarden, nu onder leiding van Spinola, in 1622 de stad opnieuw. Dit hernieuwde Beleg van Bergen op Zoom kon worden weerstaan door de versterkingen die vanuit zee werden aangevoerd. Het lied Merck toch hoe sterck van Adriaen Valerius is op dit beleg gebaseerd.

Bergen op Zoom was ondertussen getransformeerd van een handelsstad tot een garnizoensstad. Daarbij kwam dat ook de invloed van de markies sterk verminderde. Tussen 1698 en 1713 werden de vestingwerken ingrijpend gemoderniseerd door Menno van Coehoorn. De oude stadsmuren werden afgebroken en de vesting ging deel uitmaken van de West-Brabantse waterlinie. De Fransen konden, tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog in 1747, de La Pucelle (De Maagd) genoemde stad echter snel innemen. Dit betrof het Beleg van Bergen op Zoom van 1747. De stad werd verdedigd door de hoogbejaarde generaal Cronström. Grote delen van de stad werden bij de inname door de Fransen verwoest. Ook de Sint-Getrudiskerk liep daarbij zware schade op.

Een ontploffing in 1831, van kruitmagazijn "De Stoelemat", zorgde al evenzeer voor grote schade, nu in de omgeving van de Gevangenpoort.

In 1867 werd de vesting opgeheven en van 1868-1890 werd zij ontmanteld. Dit wil niet zeggen dat het garnizoen verdween. Er bleef nog lange tijd een aantal kazernes bestaan, en wel:

Cort Heyligers Kazerne (1939-2002), aan Heelulaan 50, zie ook: Gijsbertus Martinus Cort Heyligers.
Kazerne Groot Arsenaal (vanaf 1880)
Oranje Nassau Kazerne of Korenmarkt
Wilhelmina Kazerne (1899-1971), thans muziekschool
Militair Hospitaal aan Wouwschestraat
Aldus bleef ook enig militair erfgoed behouden.

In 2010 ontdekte een inwoner tijdens het graven in zijn tuin bij toeval een gedeelte van het onderaards gangenstelsel dat deel uitmaakte van het Ravelijn "Antwerpen". De gang is, voor zover bekend, het enige gangenstelsel naar een ontwerp van Menno van Coehoorn in Nederland dat nog intact is en is samen met een ravelijn het enig overgebleven restant van de vestingwerken.

Nieuwe tijd[bewerken]
Economisch gezien waren, naast de handel, ook activiteiten als de meekrapindustrie en de pottenbakkerij van groot belang. De laatste vormde in de 17e en de 18e eeuw de belangrijkste activiteit. Ook de visserij was belangrijk, waaronder de weervisserij op ansjovis.

Bekend in het Bergen op Zoom van de 19e en 20e eeuw waren de hoveniers. Zij stamden vaak af van katholieke 'immigranten' uit de Vlaamse Kempen en de rest van West-Brabant, en vormden al sedert het einde van de 18e eeuw een bepaalde klasse in de stad. De Bergse hoveniers waren meestal kleinere boeren die zich toewijdden op de behoeften van de in de stad gelegerde militairen; een zeer divers assortiment aan groenten en fruit. Zij vergaarden veel kennis over het kweken van al deze gewassen tegelijkertijd, en hadden dus geen specialisatie, zoals bij de meeste boeren elders het geval was. Om deze kennis (vaak uit economisch oogpunt) binnen deze hoveniersfamilies te houden, vonden er bij voorkeur huwelijken tussen deze families onderling plaats. Op die wijze ontstond er een bepaalde stand binnen Bergen op Zoom, die zich later ook bezig hield met de oprichting van de R.K. Boerenbond Veiling en actief was in verscheidene onderlinge verenigingen en sociëteiten. De bekendste 'hoveniersfamilies' waren/zijn de families Franken, Verdult, Nuijten, Hopmans, Musters (met een oorsprong in het wijdverspreide Tilburgse geslacht Mutsaerts), Hagenaars, Crusio, Bruijs, Withagen, Van Inneveld en Dietvorst.

Ook de industrialisatie begon op gang te komen. Gieterij Asselbergs was de eerste van een reeks ijzergieterijen. Er verscheen een drietal suikerfabrieken, de eerste in 1863, SA Sucreries de Breda et Berg-op-Zoom, sedert 1917 bekend als De Zeeland en in 1930 gesloten. In 1899 kwam de Zuid-Nederlandsche Melasse-Spiritusfabriek en voorts was er nog een potas-raffinaderij. De opening van het spoorwegstation en de opheffing van de vesting, waardoor stadsuitbreidingsplannen mogelijk werden, zorgden eveneens voor economische impulsen.

Maar ondanks de ontwikkeling van enige industrie en aansluiting op het spoorwegennet, bleef Bergen op Zoom zich in landelijk opzicht duidelijk in de periferie bevinden. Een Engels reisverslag uit 1884 biedt een indruk door de ogen van die tijd: De historie van de beroemde belegering van 1749 deed ons halt houden bij Bergen op Zoom, een propere, saaie kleine stad met witte huizen om een schuine markt en de zware toren van de Sint-Gertrudiskerk, maar er was weinig de moeite van het bekijken waard en al snel vervolgden wij onze weg naar de rijke akkers van Zuid-Beveland.

De oude haven die bij eb droogviel
Van 1959 tot 1964 werd de Theodorushaven aangelegd en in de omgeving daarvan en ook daarbuiten verrees nieuwe industrie, zoals GE Plastics (1971) en Philip Morris (1980). In 1950 en 1964 werden delen van de Oude Haven gedempt en in 1960 wilde men een plan ten uitvoer brengen (Plan-Ranitz) om de binnenstad bereikbaar te maken voor het autoverkeer. Dit plan is niet geheel gerealiseerd, maar in 1970 is in het kader van dit plan de omgeving van de Gevangenpoort gesloopt, werd de Westersingel aangelegd en werden onder meer evenementenhal de Stoelemat en een groot aantal woningen gebouwd.

Van groot belang zijn de uitvoering van de Deltawerken en de aanleg van het Schelde-Rijnkanaal (1975) geweest. Dit leidde tot de bouw van dammen als de Oesterdam (1979-1986) en de Markiezaatskade (1980-1983). Door dit alles was de open verbinding met de Oosterschelde verdwenen en ontstonden onder meer het Markiezaatsmeer, het Zoommeer en de Binnenschelde. Ondiepten als Molenplaat en Bergseplaat werden drooggelegd. De Molenplaat werd een natuurgebied en op de Bergseplaat kwam een woonwijk.

De bevrijding van Bergen op Zoom vond plaats op 27 oktober 1944, door Canadese militairen. Bergen op Zoom heeft een Canadese militaire begraafplaats voor meer dan 1000 gesneuvelden.

BurgemeesterDhr. dr. F.A. Petter
AdresJacob Obrechtlaan 4, 4611AR BERGEN
Postbus35, 4600AA BERGEN
Telefoon0164-277000
E-mailstadskantoor@bergenopzoom.nl
Websitewww.bergenopzoom.nl
Inwoners0
Oppervlakte0 km2